Jeu de boules toernooischema voor 8, 12 en 16 teams
Het spel leert iedereen in vijf minuten, het schema is het werk. Kant-en-klare poule-indelingen voor 8, 12 en 16 teams, met puntentelling en tijdplanning.

Een jeu de boules toernooi valt of staat bij het schema. Het spel zelf leert iedereen in vijf minuten, maar zodra er meer dan vier teams meedoen, moet iemand bijhouden wie wanneer op welke baan staat en hoe de punten doorrollen naar de finale. Zonder dat papier loop je rond ronde drie vast en staan er teams te wachten. Hieronder staan complete schema's voor acht, twaalf en zestien teams, met de poule-indeling, de puntentelling, de tijd per ronde en de materiaallijst. Je kunt het uitprinten en meenemen.
Eerst drie keuzes, dan het schema
Voordat je een ronde indeelt, leg je drie dingen vast. Ze bepalen samen hoe lang de dag duurt en hoeveel je nodig hebt.
Hoeveel mensen per team. Jeu de boules kent drie vormen. Doublette is twee tegen twee, waarbij elke speler drie ballen heeft. Triplette is drie tegen drie, met twee ballen per speler. Eén tegen één bestaat ook, maar daar heb je bij een groep weinig aan omdat er dan niemand is om mee te overleggen. Voor een bedrijfs- of verenigingstoernooi werkt triplette het best: drie mensen per team, iedereen gooit elke mène, en er is altijd iemand om te vragen wat je nu moet doen.
Hoeveel teams. Dit volgt uit de groepsgrootte. Bij vierentwintig deelnemers kom je op acht teams van drie. Bij zesendertig op twaalf teams, bij achtenveertig op zestien. Houd het aantal teams op een veelvoud van vier, dan passen de poules precies en hoef je niemand een bye te geven.
Hoeveel banen. Twee teams per baan, dus het aantal banen is het aantal teams gedeeld door twee. Vier banen voor acht teams, zes voor twaalf, acht voor zestien. Dit is in de praktijk de beperking, want niet elke locatie heeft acht banen. Hoe je dat opvangt staat verderop.
De regels die je echt moet uitleggen
Houd de uitleg bij vier punten. Alles daarbuiten los je ter plekke op.
- Uitgooien. Het team dat begint gooit het butje op zes tot tien meter van de werpcirkel. De cirkel is ongeveer vijftig centimeter in doorsnee en beide voeten moeten erin blijven staan tot de bal is geland.
- Beurten. Het team dat niet het dichtst bij ligt, gooit. Dat blijft zo tot een team de leiding overneemt. Dus niet netjes om en om, maar steeds degene die achterstaat.
- Punten. Als alle ballen gegooid zijn, is de mène voorbij. Het team met de bal die het dichtst bij het butje ligt, krijgt een punt voor elke eigen bal die dichterbij ligt dan de beste bal van de tegenstander. Dat kan dus één punt zijn, en in het gunstigste geval zes.
- Nieuwe mène. Het team dat de punten pakte, gooit het butje opnieuw uit, vanaf de plek waar het oude butje lag. Zo schuift de partij over de baan heen en weer.
Twee dingen die je er meteen bij zegt, omdat ze anders halverwege discussie geven. Een bal mag je wegschieten, dat heet tireren en het mag gewoon. En bij twijfel over wat dichter ligt, meet je met een rolmaat of een stuk touw. Wie meet, meet voor beide teams.
De wedstrijdvorm in een toernooi
Een gewone partij jeu de boules gaat tot dertien punten. Dat duurt tussen de twintig minuten en een uur, en dat is in een toernooi onbruikbaar omdat je niet weet wanneer de volgende ronde kan beginnen. Kort het daarom in:
- Een wedstrijd gaat tot zeven punten of tot de tijd om is, wat het eerst komt.
- De speeltijd is vijftien minuten. Als het signaal gaat, maak je de lopende mène af en dan is het klaar.
- Winst levert drie wedstrijdpunten op, een gelijkspel één en verlies nul.
- Noteer ook de spelpunten, dus de stand waarmee de wedstrijd eindigde. Die heb je nodig om teams uit verschillende poules te kunnen vergelijken.
Zeven punten is bewust gekozen. Het is lang genoeg dat één gelukkige mène niet meteen de hele wedstrijd beslist, en kort genoeg om binnen een kwartier te halen. Reken op vier tot zeven mènes per wedstrijd.
Toernooischema voor 8 teams
Twee poules van vier, iedereen tegen iedereen binnen de poule, daarna kruisfinales. Elk team speelt vijf wedstrijden. Je hebt vier banen nodig.
Verdeel de teams in poule A (A1 tot A4) en poule B (B1 tot B4). Nummer ze bij het indelen, dan hoef je in het schema alleen de nummers te noemen.
Ronde 1
- Baan 1: A1 tegen A4
- Baan 2: A2 tegen A3
- Baan 3: B1 tegen B4
- Baan 4: B2 tegen B3
Ronde 2
- Baan 1: A3 tegen A4
- Baan 2: A1 tegen A2
- Baan 3: B3 tegen B4
- Baan 4: B1 tegen B2
Ronde 3
- Baan 1: A2 tegen A4
- Baan 2: A1 tegen A3
- Baan 3: B2 tegen B4
- Baan 4: B1 tegen B3
Na ronde drie heeft elk team drie wedstrijden gespeeld en maak je de poulestand op. Daarna kruis je de poules, zodat de twee sterkste teams niet meteen tegen elkaar hoeven.
Ronde 4: halve finales en plaatsingswedstrijden
- Baan 1: eerste poule A tegen tweede poule B
- Baan 2: eerste poule B tegen tweede poule A
- Baan 3: derde poule A tegen vierde poule B
- Baan 4: derde poule B tegen vierde poule A
Ronde 5: finales
- Baan 1: finale, tussen de twee winnaars van baan 1 en 2
- Baan 2: wedstrijd om plek drie, tussen de twee verliezers van baan 1 en 2
- Baan 3: wedstrijd om plek vijf, tussen de twee winnaars van baan 3 en 4
- Baan 4: wedstrijd om plek zeven, tussen de twee verliezers van baan 3 en 4
Dit schema heeft één eigenschap die er in de praktijk veel uitmaakt: ook de teams die de poulefase slecht doorkomen spelen in ronde vier en vijf nog om iets. Niemand staat de laatste veertig minuten te kijken, en dat is het verschil tussen een toernooi dat uitloopt in een borrel en een toernooi dat halverwege leegloopt.
Toernooischema voor 12 teams
Drie poules van vier, daarna een knock-out met vier teams. Elk team speelt vijf wedstrijden. Je hebt zes banen nodig om alles gelijk te laten lopen.
Poule A (A1 tot A4), poule B (B1 tot B4), poule C (C1 tot C4).
Ronde 1
- Baan 1: A1 tegen A4, baan 2: A2 tegen A3
- Baan 3: B1 tegen B4, baan 4: B2 tegen B3
- Baan 5: C1 tegen C4, baan 6: C2 tegen C3
Ronde 2
- Baan 1: A3 tegen A4, baan 2: A1 tegen A2
- Baan 3: B3 tegen B4, baan 4: B1 tegen B2
- Baan 5: C3 tegen C4, baan 6: C1 tegen C2
Ronde 3
- Baan 1: A2 tegen A4, baan 2: A1 tegen A3
- Baan 3: B2 tegen B4, baan 4: B1 tegen B3
- Baan 5: C2 tegen C4, baan 6: C1 tegen C3
Nu heb je drie poulewinnaars en moet er een vierde bij voor de halve finales. Dat wordt de beste tweede van alle poules, en daarvoor gebruik je de tiebreak uit de volgende sectie.
Ronde 4: halve finales en troostronde
- Baan 1: winnaar poule A tegen de beste tweede
- Baan 2: winnaar poule B tegen winnaar poule C
- Baan 3 tot 6: de overige acht teams spelen om de plaatsen vijf tot twaalf, ingedeeld op poulestand: de twee overgebleven tweedes tegen elkaar, de drie derdes en de drie vierdes onderling
Ronde 5: finales
- Baan 1: finale
- Baan 2: wedstrijd om plek drie
- Baan 3 tot 6: winnaars tegen winnaars en verliezers tegen verliezers uit de troostronde
Heb je maar vier banen in plaats van zes, dan speel je de poulefase in twee blokken: poule A en B spelen ronde één, daarna poule C plus de eerste twee wedstrijden van blok twee. Dat kost per ronde tien minuten extra. Een alternatief dat beter werkt bij een uitje: zet de wachtende poule bij een tweede activiteit en wissel na elke twee rondes. Bij ons loopt zo'n toernooi vaak naast klootschieten of oud Hollandse spelen, precies om dat wachten weg te halen.
Toernooischema voor 16 teams
Vier poules van vier, daarna kwartfinales, halve finales en een finale. Elk team speelt zes wedstrijden. Je hebt acht banen nodig.
Poules A, B, C en D, elk met vier teams. De poulefase is per poule hetzelfde als hierboven:
- Ronde 1: 1 tegen 4 en 2 tegen 3, in elke poule
- Ronde 2: 3 tegen 4 en 1 tegen 2, in elke poule
- Ronde 3: 2 tegen 4 en 1 tegen 3, in elke poule
Met acht banen betekent dat per ronde acht wedstrijden tegelijk: twee per poule. Hang bij elke baan een kaartje met het poulenummer, anders gaat iedereen in ronde twee op de verkeerde baan staan.
Ronde 4: kwartfinales en verliezersronde
- Baan 1: eerste A tegen tweede B
- Baan 2: eerste B tegen tweede A
- Baan 3: eerste C tegen tweede D
- Baan 4: eerste D tegen tweede C
- Baan 5: derde A tegen vierde B
- Baan 6: derde B tegen vierde A
- Baan 7: derde C tegen vierde D
- Baan 8: derde D tegen vierde C
Ronde 5: halve finales en vervolg
- Baan 1: winnaar baan 1 tegen winnaar baan 3
- Baan 2: winnaar baan 2 tegen winnaar baan 4
- Baan 3 en 4: de verliezers van de kwartfinales spelen om de plaatsen vijf tot acht
- Baan 5 tot 8: winnaars en verliezers uit de verliezersronde spelen om de plaatsen negen tot zestien
Ronde 6: finales
- Baan 1: finale
- Baan 2: wedstrijd om plek drie
- Baan 3 tot 8: de laatste plaatsingswedstrijden
Zestien teams op acht banen vraagt veel ruimte: ongeveer veertig bij vijfentwintig meter als je de banen naast elkaar legt met een meter tussenruimte. Heb je dat niet, dan is de praktische oplossing om met vier banen te werken en de groep te splitsen. Poule A en B spelen de poulefase terwijl C en D iets anders doen, en daarna wissel je. Het toernooi duurt dan ongeveer een uur langer, maar het schema zelf verandert niet.
Puntentelling en de poulestand
Per wedstrijd noteer je twee dingen: de wedstrijdpunten en de spelpunten. De wedstrijdpunten bepalen de rangorde, de spelpunten zijn je tiebreak.
De poulestand maak je in deze volgorde op:
- Aantal wedstrijdpunten, dus drie per winst en één per gelijkspel.
- Saldo van de spelpunten, dus wat je voor hebt gemaakt min wat je tegen hebt gekregen.
- Aantal spelpunten voor. Dit scheidt teams die wel wonnen maar krap.
- Het onderlinge resultaat. Pas als bovenstaande gelijk is, kijk je wie van de twee tegen elkaar won.
Voor de beste tweede over drie of vier poules gebruik je dezelfde reeks. Dat werkt alleen als alle poules even groot zijn, en dat is precies de reden om het aantal teams op een veelvoud van vier te houden.
Praktisch punt: laat de teams zelf de score op een kaartje schrijven en laat beide aanvoerders eronder tekenen. Dat voorkomt dat er aan het eind van de dag een uitslag ter discussie staat die niemand meer kan nalopen. Haal de kaartjes na elke ronde op en zet de stand over op één centraal blad. Doe dat niet op een telefoon, want dan kan niemand meelezen.
Tijdsduur per ronde en de dagplanning
Twintig minuten per ronde is de maat die in de praktijk klopt: vijftien minuten spelen, vijf minuten voor het wisselen van baan, de scorekaartjes inleveren en iets drinken. Die vijf minuten lijken veel en zijn het niet, want tussen twee rondes gaat altijd iemand naar het toilet.
- 8 teams: 5 rondes, 1 uur en 40 minuten spelen
- 12 teams: 5 rondes, 1 uur en 40 minuten spelen
- 16 teams: 6 rondes, 2 uur spelen
Daar komt bij: een kwartier voor uitleg, teamindeling en het verdelen van de ballen, en tien minuten voor de uitslag. Een toernooi met acht of twaalf teams past dus in ruim twee uur, een toernooi met zestien teams in tweeënhalf. Dat is ook de bovengrens voor de meeste groepen. Langer dan tweeënhalf uur achter elkaar boulen en de aandacht zakt zichtbaar.
Een losse tip over de start: laat de teams in de eerste vijf minuten een paar keer proefgooien zonder dat het telt. Dat is sneller dan uitleggen hoe ver zes meter is.
Wat je nodig hebt
Per baan:
- Twaalf boules in twee herkenbare soorten, zes per team. Metalen boules van 650 tot 800 gram zijn standaard. Let bij gemengde sets op de groeven, want daarmee houd je ze uit elkaar.
- Eén butje, het kleine houten of kunststof balletje.
- Een werpcirkel van ongeveer vijftig centimeter: een plastic ring, een stuk touw of een streep in het zand.
- Een rolmaat of een stuk touw om te meten bij twijfel.
- Een scorekaart per ronde met de teamnummers, de banen en twee vakjes voor de stand.
- Een doek om de ballen af te vegen, want die worden zanderig en glad.
Voor het geheel:
- Afzetting tussen de banen, bijvoorbeeld pylonen of planken. Zonder afzetting rollen de ballen de buurbaan in en dat levert elke ronde gemopper op.
- Een geprint schema bij elke baan en één groot schema bij de bar of de ingang.
- Een scorebord of flip-over voor de stand na de poulefase.
- Een toeter of bel voor het begin en het eind van elke ronde. Roepen werkt niet zodra er acht banen bezig zijn.
- Eén persoon die niet meespeelt en alleen de tijd en de scores doet.
Dat laatste punt is waar zelf organiseren meestal op strandt. Een toernooi met twaalf teams heeft iemand nodig die de hele tijd rondloopt, en die persoon speelt niet mee.
Vier dingen die een boulestoernooi stilleggen
- Te weinig banen voor het aantal teams. Vier teams om één baan laten roteren betekent dat er altijd twee staan te wachten. Reken het aantal banen eerst uit en pas daarna het aantal teams aan, niet omgekeerd.
- Spelen tot dertien punten. Dan duurt de ene wedstrijd twintig minuten en de andere vijftig, en loopt je hele schema vast. Kort in naar zeven punten met een tijdslimiet en zeg vooraf dat gelijkspel mag.
- De poulestand niet kunnen uitrekenen. Wie alleen wint of verliest bijhoudt, heeft bij gelijke stand geen tiebreak en moet gaan loten. Noteer vanaf wedstrijd één ook de spelpunten.
- De afgevallen teams niets meer te doen geven. Een knock-out zonder troostronde haalt na ronde vier de helft van de groep uit het spel. Zet daar plaatsingswedstrijden tegenover, ook als het om plek vijftien gaat.
De baan en de ondergrond
Voor wedstrijden is de officiële baan vijftien bij vier meter. Voor een toernooi op locatie volstaat twaalf bij drie meter, want het butje moet alleen op zes tot tien meter van de cirkel kunnen liggen en daar is een meter aan beide kanten bij genoeg. Reken per baan dus ongeveer veertig vierkante meter, plus een meter tussenruimte.
De ondergrond maakt minder uit dan mensen denken, zolang hij voor alle banen gelijk is. Half verharding en grind zijn het mooist omdat de bal daar blijft liggen waar hij landt. Kort gras werkt ook, maar de bal rolt er verder door, waardoor tireren lastiger is en hoog boven de baan gooien juist beter. Zand is traag en vraagt meer kracht. Wat je wilt vermijden is een baan met verval, want dan rolt alles naar één kant en wint het team dat die kant snapt.
Loop het terrein vooraf een keer af en let op twee dingen: waar staat de zon rond het middaguur, en waar kun je de banen zo leggen dat er niemand doorheen loopt. Een looppad over baan vier is in ronde één nog geen probleem en in ronde vijf wel.
Zelf doen of laten draaien
Een boulestoernooi is een van de makkelijkere vormen om zelf te doen. Het spel is uitgelegd in vijf minuten, het materiaal is te lenen bij een vereniging of een buurthuis, en het schema staat hierboven. Wat het je kost is vooral tijd: het indelen, het printen, de banen uitzetten en twee uur lang de tijd en de scores bewaken. Reken op drie tot vier uur voorbereiding en één persoon die op de dag zelf niet meespeelt.
Het kantelt op twee punten. Als je zelf wilt meedoen, want een toernooi heeft iemand nodig die er de hele tijd naast staat. En als je meer banen nodig hebt dan je kunt lenen, want achtenveertig boules bij elkaar scharrelen is nog te doen en zesennegentig niet.
Laat je het verzorgen, dan nemen wij de banen, de ballen, het schema en de scores mee en komen we naar jullie locatie. Een compact toernooi begint bij 195 euro voor de hele groep. Een uitgebreidere opzet met meerdere banen, begeleiding en een eigen prijsuitreiking begint bij 550 euro, afhankelijk van de groepsgrootte en het aantal banen. Grotere projecten rekenen we op aanvraag door. Op de pagina over jeu de boules staat hoe we dat opzetten, en via de offertepagina krijg je binnen één werkdag antwoord.
Wat je hieraan hebt
Het schema voor acht, twaalf en zestien teams staat hierboven en is bedoeld om uit te printen en mee te nemen. Onthoud vooral vier getallen: één baan per twee teams, zeven punten per wedstrijd, vijftien minuten speeltijd en twintig minuten per ronde. Met die vier kun je elk aantal teams omrekenen naar een dagplanning.
Noteer vanaf de eerste wedstrijd de spelpunten naast de winst, zodat je bij gelijke stand niet hoeft te loten. Geef de afgevallen teams in de knock-outfase plaatsingswedstrijden, dan blijft de hele groep tot de laatste ronde bezig. En zet één persoon op de tijd en de scores die niet meespeelt.
Zoek je een vorm die naast het boulen door kan lopen, kijk dan bij het overzicht van activiteiten. Voor een complete middag in de buurt staat op bedrijfsuitje Twente en teamuitje Twente hoe we zo'n programma opbouwen.
Veelgestelde vragen
Hoeveel banen heb je nodig voor een jeu de boules toernooi?
Eén baan per twee teams, want bij elke wedstrijd staan er twee teams tegenover elkaar. Met acht teams heb je dus vier banen nodig om alles tegelijk te laten lopen, met zestien teams acht banen. Heb je er minder, dan speel je in blokken: de helft speelt, de andere helft kijkt of doet iets anders. Dat werkt, maar reken dan op dubbel zoveel tijd voor de poulefase.
Hoe lang duurt een jeu de boules toernooi?
Reken op twintig minuten per ronde, dus vijftien minuten spelen en vijf minuten wisselen en scores doorgeven. Acht of twaalf teams doen vijf rondes en zijn in ongeveer anderhalf tot twee uur rond. Zestien teams hebben zes rondes nodig en komen op iets meer dan twee uur. Daar komt een kwartier bij voor uitleg en indelen en tien minuten voor de uitslag.
Hoeveel ballen heb je nodig?
Per baan twaalf boules in twee herkenbare soorten, dus zes per team, plus één butje. Bij doublette spelen twee mensen per team met drie ballen elk, bij triplette drie mensen met twee ballen elk. In beide gevallen komt een team op zes ballen uit. Met vier banen heb je dus achtenveertig boules nodig, en dat is meestal het punt waarop lenen of huren goedkoper is dan kopen.
Wat is de puntentelling bij jeu de boules?
Na elke mène, dus nadat alle ballen gegooid zijn, kijk je welk team de bal het dichtst bij het butje heeft. Dat team krijgt één punt voor elke eigen bal die dichter ligt dan de beste bal van de tegenstander. Een team kan in één mène dus één tot zes punten pakken. In een gewone partij speel je tot dertien punten, in een toernooi kort je dat in tot zeven punten of tot de tijd om is.
Hoe groot moet een jeu de boules baan zijn?
Voor wedstrijden is de officiële maat vijftien bij vier meter. Voor een toernooi op een bedrijfsterrein of een veld volstaat twaalf bij drie meter, zolang het butje nog op zes tot tien meter van de cirkel kan liggen. De ondergrond mag van alles zijn: half verharding, grind, kort gras of zand. Een gazon dat net gemaaid is speelt trager, maar daar heeft iedereen evenveel last van.
Toernooi laten draaien?
Wij nemen de banen, de ballen, het schema en de scores mee naar jullie locatie. Vertel hoe groot de groep is, dan sturen we een voorstel met een prijs.
Vraag een voorstel
