Levend ganzenbord: 70 opdrachten en de spelregels
Zeventig opdrachten in vijf soorten, de bekende vakjes van het originele bord en een opzet voor een uur spelen met vier teams.

Levend ganzenbord is het bekende bordspel op ware grootte: de deelnemers zijn de pionnen, een grote dobbelsteen bepaalt hoe ver je loopt, en op elk vakje wacht een opdracht. Het spel staat of valt met die opdrachten. Hieronder staan er zeventig, ingedeeld per soort, plus de spelregels, de bekende speciale vakjes en een opzet die je direct kunt gebruiken voor een kinderfeestje, een familiedag of een bedrijfsuitje.
De spelregels in het kort
De groep wordt verdeeld in teams, meestal vier. Elk team kiest één persoon als pion, of loopt als groep over het bord. Om de beurt gooit een team met een grote dobbelsteen en loopt zoveel vakjes vooruit. Op het vakje waar het team uitkomt, staat een opdracht. Lukt die, dan blijft het team staan. Lukt hij niet, dan gaat het een of twee vakjes terug, afhankelijk van wat je vooraf afspreekt.
Wie als eerste precies op het laatste vakje uitkomt, wint. Gooi je hoger dan nodig, dan loop je het teveel terug, net als op het echte bord. Dat zorgt voor een spannend einde, omdat de leider soms nog drie beurten nodig heeft om precies uit te komen.
De speciale vakjes van het origineel
Op het klassieke bord van 63 vakjes zitten een paar vakjes met een vaste regel. Neem ze over, want iedereen kent ze en ze geven het spel zijn karakter. Op een kleiner bord schuif je ze naar verhouding op.
- De gans (op 5, 9, 14, 18, 23 en verder om de vier en vijf vakjes): je mag nog eens hetzelfde aantal vakjes doorlopen.
- De brug (vakje 6): je steekt over naar vakje 12.
- De herberg (vakje 19): je slaat een beurt over.
- De put (vakje 31): je blijft staan tot een ander team je komt verlossen door op hetzelfde vakje te landen.
- Het doolhof (vakje 42): je moet terug naar vakje 39.
- De gevangenis (vakje 52): je zit vast tot een ander team je bevrijdt.
- De dood (vakje 58): terug naar het begin.
Op een levend bord kun je de put en de gevangenis een eigen draai geven. Laat het team dat erin zit een opdracht doen om eruit te komen, in plaats van te wachten. Dat voorkomt dat een groep tien minuten stilstaat.
Zo bouw je het bord
Leg de vakjes in een slinger of een spiraal, zodat de teams elkaar steeds kruisen en zien wat de anderen doen. Gebruik genummerde borden, gekleurde matten, pionnen of kegels met een nummer. Zet de speciale vakjes in een andere kleur, zodat ze van afstand opvallen.
- Aantal vakjes: twintig tot vijfentwintig voor kinderen, dertig tot veertig voor volwassenen.
- Dobbelsteen: een grote foam dobbelsteen. Het gooien zelf hoort bij het plezier.
- Opdrachtkaarten: per vakje een kaart, of drie stapels (doe, vraag en samen) waarbij het vakje bepaalt van welke stapel je trekt.
- Spelleider: één persoon die de opdrachten voorleest, de tijd bijhoudt en beslist of een opdracht gelukt is.
- Speeltijd: reken op een tot anderhalve minuut per beurt. Met vier teams en dertig vakjes ben je ongeveer een uur bezig.
Doe-opdrachten
Dit zijn de vakjes waar het team iets moet doen binnen een vaste tijd. Ze houden het spel in beweging en zorgen voor de meeste lol om toe te kijken.
- Het hele team staat binnen tien seconden op volgorde van lengte.
- Hink met het hele team op één been naar het volgende vakje en terug.
- Vorm met jullie lichamen de letter van het vakje waarop jullie staan.
- Houd een ballon dertig seconden in de lucht zonder je handen te gebruiken.
- Haal binnen een minuut vijf verschillende bladeren of takjes.
- Doe tien kikkersprongen tegelijk, iedereen in hetzelfde ritme.
- Loop met een ei op een lepel naar de spelleider en terug.
- Gooi drie pittenzakken in een emmer op vijf meter afstand.
- Bouw een toren van zes bekers zonder dat hij omvalt.
- Iedereen zingt samen het refrein van een liedje dat de spelleider noemt.
- Maak een kring en geef een bal door zonder je handen te gebruiken.
- Sta met het hele team op een krant zonder dat iemand de grond raakt.
- Loop een rondje om het bord als kruiwagen, in tweetallen.
- Doe een minuut lang precies na wat de spelleider voordoet.
- Teken samen een gans op een groot vel, met alle ogen dicht.
Vragen
Vragenvakjes geven de teams even rust en houden het spel eerlijk voor mensen die minder graag rennen. Pas het niveau aan op de groep. Hieronder een mix die voor volwassenen en tieners werkt.
- Hoeveel vakjes heeft het originele ganzenbord? Antwoord: 63
- Op welk vakje staat de brug? Antwoord: 6
- Wat gebeurt er als je op de dood komt? Antwoord: terug naar het begin
- Hoeveel ogen heeft een dobbelsteen in totaal? Antwoord: 21
- Noem binnen twintig seconden vijf vogels.
- Noem binnen twintig seconden vijf bordspellen.
- Hoeveel provincies heeft Nederland? Antwoord: 12
- Welk dier staat op het ganzenbord als geluksvakje? Antwoord: de gans
- Wat is de hoofdstad van Overijssel? Antwoord: Zwolle
- Hoeveel spelers heeft een voetbalteam op het veld? Antwoord: 11
- Spel het woord ganzenbord achterstevoren. Antwoord: drobneznag
- Noem binnen twintig seconden zes dingen die je in een herberg vindt.
- Hoeveel dagen heeft een schrikkeljaar? Antwoord: 366
- Welke kleur krijg je als je rood en wit mengt? Antwoord: roze
- Neurie een liedje, de andere teams raden welk het is.
Samenwerkingsopdrachten
Deze vakjes lukken alleen als het team overlegt. Ze zijn het sterkst bij bedrijfsuitjes en families, omdat de mensen die normaal niet samen iets doen elkaar dan nodig hebben.
- Het team staat op een rij en moet zonder te praten op volgorde van verjaardag gaan staan.
- Loop met z'n allen tien meter terwijl jullie samen één touw strak houden.
- Eén persoon is geblinddoekt, de rest leidt hem alleen met woorden naar een pion.
- Verzin samen een teamnaam en een yell, en voer die uit.
- Leg een puzzel van twaalf stukken in één minuut.
- Het hele team houdt een hoepel vast met één vinger en legt hem op de grond.
- Iedereen noemt om de beurt een woord, samen vormen jullie een zin van tien woorden.
- Teken samen een plattegrond van het speelveld, iedereen tekent één lijn.
- Bouw met het hele team een menselijke piramide of een foto-opstelling die de spelleider goedkeurt.
- Zoek binnen een minuut iets uit wat iedereen in het team gemeen heeft, maar wat je niet kunt zien.
Kansen en tegenslagen
Een paar vakjes met geluk of pech maken het spel onvoorspelbaar. Gebruik er niet te veel: op een bord van dertig vakjes zijn vier tot zes genoeg, naast de speciale vakjes van het origineel.
- Wind in de rug: twee vakjes vooruit.
- Verkeerd afgeslagen: drie vakjes terug.
- Ruil van plaats met het team dat het verst achterligt.
- Kies een ander team dat een beurt overslaat.
- Gooi nog een keer, maar loop nu achteruit.
- Het team dat het laatst bij de spelleider staat, gaat twee vakjes terug.
- Je mag een opdracht doorgeven aan een ander team.
- Alle teams gaan één vakje vooruit, behalve jullie.
- Wie het eerst de spelleider een high five geeft, mag één vakje vooruit.
- Pauzevakje: iedereen krijgt wat te drinken, het spel staat even stil.
Opdrachten voor een kinderfeestje
Voor kinderen tussen zes en tien jaar werken korte opdrachten van een halve minuut het best. Laat tegenslagen mild uitvallen: een vakje terug is genoeg, terug naar het begin voelt bij deze leeftijd snel oneerlijk.
- Spring tien keer zo hoog als je kunt.
- Doe een dier na, de anderen raden welk.
- Ren naar de boom en weer terug.
- Zeg je naam achterstevoren.
- Zoek iets wat groen is en neem het mee.
- Draai drie rondjes en loop daarna in een rechte lijn naar het volgende vakje.
- Trek de gekste bek die je kunt, de spelleider kiest de winnaar.
- Iedereen geeft elkaar een high five.
- Tel samen hardop tot twintig, om en om.
- Zing een liedje van school.
- Loop als een gans naar het volgende vakje, met snateren erbij.
- Raad wat er in de zak zit, alleen door te voelen.
- Gooi de pittenzak in de hoepel.
- Doe een dansje van tien tellen.
- Kies een ander kind dat een opdracht mag uitdelen.
Een opzet voor een uur spelen
Dit schema werkt voor vier teams van vijf tot acht mensen op een bord van dertig vakjes.
- Uitleg en teams indelen: tien minuten. Laat elk team een naam en kleur kiezen.
- Spelen: veertig tot vijftig minuten, met de spelleider bij het bord en een tweede persoon die de opdrachtkaarten bijhoudt.
- Prijsuitreiking: vijf minuten. Geef ook een prijs voor het team dat de mooiste opdracht deed, niet alleen voor de winnaar.
Verdeel de opdrachten over het bord zo dat er nooit drie doe-opdrachten achter elkaar liggen. Een ritme van doen, vragen, samen en af en toe een kans of tegenslag houdt het spel fris.
Zelf doen of laten verzorgen
Een eenvoudig levend ganzenbord kun je zelf maken met genummerde borden, een grote dobbelsteen en de opdrachten hierboven. Reken op een paar uur voorbereiding voor de kaarten en een half uur om het bord uit te zetten.
Laat je het verzorgen, dan nemen wij het bord, de materialen en de spelleiding mee, en schrijven we opdrachten rond jullie groep of bedrijf. Een compacte versie begint bij 195 euro voor de hele groep, een uitgebreider programma met meerdere spellen bij 550 euro. Op de pagina over levende bordspellen staat hoe we dat opbouwen, en via de offertepagina hoor je binnen één werkdag wat het voor jullie groep kost.
Zoek je meer spellen voor dezelfde dag, kijk dan bij de spelregels van levend stratego, zeskamp onderdelen of familiedagen.
Veelgestelde vragen
Hoeveel vakjes heeft een levend ganzenbord nodig?
Het echte bord heeft 63 vakjes, maar buiten is dat te veel. Met dertig tot veertig vakjes duurt een potje met vier teams ongeveer een uur, en blijft iedereen bezig. Wil je het origineel zo dicht mogelijk benaderen, houd dan de bekende vakjes (brug, herberg, put, doolhof, gevangenis en dood) en schuif ze naar verhouding naar voren.
Hoe groot moet het speelveld zijn?
Reken op ongeveer twee bij twee meter per vakje als teams er met een paar mensen tegelijk op moeten staan. Voor dertig vakjes in een slinger over een grasveld heb je zo een veld van dertig bij twintig meter nodig. Binnen kan het compacter, met vakjes van een meter en één persoon per team als pion.
Met hoeveel mensen speel je levend ganzenbord?
Het werkt vanaf ongeveer acht deelnemers, verdeeld over vier teams. Boven de veertig mensen maak je meer teams of speel je op twee borden tegelijk, anders staat een team te lang te wachten op zijn beurt. Vijf tot acht mensen per team is ideaal: genoeg om een opdracht samen te doen, weinig genoeg dat iedereen meedoet.
Is levend ganzenbord geschikt voor kinderen?
Ja, vanaf ongeveer zes jaar. Gebruik dan kortere opdrachten die binnen een minuut klaar zijn, laat de strafvakken wat milder uitvallen en zet een volwassene bij elk team die voorleest. Voor een kinderfeestje van anderhalf uur is een bord van twintig tot vijfentwintig vakjes genoeg.
Wat doe je als een team een opdracht niet haalt?
Spreek dat vooraf af en houd het simpel. De meest gebruikte regel: lukt de opdracht niet, dan blijft het team staan en gooit het de volgende beurt opnieuw. Een strengere variant is twee vakjes terug. Laat een team nooit een hele ronde stilstaan om een mislukte opdracht, want dan haakt de groep af.
Levend ganzenbord laten verzorgen?
Wij nemen het bord, de dobbelsteen, de opdrachten en de spelleiding mee naar jullie locatie. Vertel hoeveel mensen er meedoen, dan sturen we een voorstel met een prijs.
Vraag een voorstel
