Twaalf zeskamp onderdelen die werken, met materiaal en duur
Lijstjes met namen van spellen zijn er genoeg. Hier staat per onderdeel wat je nodig hebt, hoe lang het duurt, voor welke groep het past en hoe je het eerlijk houdt.

Zoek je op zeskamp of 6 kamp, dan krijg je vooral lijstjes met namen van spellen. Wat er niet bij staat is wat je ervoor nodig hebt, hoe lang een onderdeel duurt en hoe je voorkomt dat de drie fitste collega's de hele middag winnen. Hieronder staan twaalf onderdelen die wij zelf draaien, met per onderdeel het materiaal, de tijd, de groepsgrootte en de spelregel die het eerlijk houdt. Hoe je de teams indeelt, de rotatie plant en de punten optelt staat in het artikel over een zeskamp organiseren, dus dat laat ik hier liggen.
Wat een onderdeel geschikt maakt
Voordat de lijst begint, vier eisen waar we elk onderdeel aan toetsen. Ze lijken klein maar ze bepalen of een onderdeel op een veld met vijftig mensen overeind blijft.
- Uitlegbaar in één minuut: als een begeleider twee minuten nodig heeft voor de regels, zijn er mensen die het niet horen en gaat er later gediscussieerd worden over de score.
- Het hele team is bezig: of iedereen doet tegelijk mee, of de wachtende helft heeft een rol zoals coachen, tellen of aangeven. Elf mensen die naar één persoon kijken is een onderdeel dat niet werkt.
- Binnen twintig minuten klaar: inclusief uitleg, twee pogingen en de score opschrijven. Anders loopt de rotatie vast op dit ene onderdeel.
- Te winnen zonder conditie: minstens de helft van je onderdelen moet gewonnen kunnen worden door slim spelen. Anders ligt de eindstand na het derde blok al vast.
De twaalf hieronder staan gegroepeerd naar wat ze vragen: kracht, behendigheid, precisie en samenwerking. Kies er zes tot acht uit en pak uit elke groep minstens één onderdeel.
Onderdelen die om kracht vragen
1. Touwtrekken in poulevorm
Het bekendste onderdeel en nog steeds het onderdeel waar het hardst om geschreeuwd wordt. Het verschil tussen een leuk en een slecht touwtrekonderdeel zit in de opzet: één duel per team is binnen een minuut voorbij, een poule waarin ieder team drie keer trekt vult een heel blok.
- Nodig: een touw van vijfentwintig tot dertig meter met een lint in het midden, twee lijnen op de grond op twee meter afstand van elkaar, een vlakke grasmat. Werkhandschoenen voor wie dat wil.
- Duur: twintig minuten voor een poule van vier teams, met duels van maximaal twee minuten.
- Groepsgrootte: zes tot tien mensen per kant, vanaf vier teams.
- Eerlijk houden: gelijk aantal trekkers per kant en een samenstellingseis in plaats van een gewichtshandicap. Wij eisen dat minstens vier van de acht trekkers wisselen tussen duels. Daarmee kun je niet je zwaarste vier de hele poule laten staan.
Een duel dat langer dan twee minuten duurt, levert blessures en ruzie op over wie er een stap over de lijn kwam. Blaas af en geef beide teams een halve score. Op de pagina over touwtrekken staat hoe wij dit als los onderdeel draaien.
2. Boomstam werpen of gewicht slingeren
Het Schotse blok, dat in een zeskamp verrassend goed valt omdat niemand het ooit eerder heeft gedaan. Techniek weegt hier zwaarder dan spierkracht, en dat zie je in de uitslag.
- Nodig: een lichte boomstam van ongeveer twee meter of een gewicht van vijftien tot vijfentwintig kilo met handvat, een zachte ondergrond, afzetlint om de worpzone, een meetlint en iemand die de afstand markeert.
- Duur: vijftien tot twintig minuten, één worp per deelnemer.
- Groepsgrootte: zes tot twaalf per team. Bij meer dan twaalf wordt het wachten.
- Eerlijk houden: de teamscore is de gemiddelde afstand van alle worpen, niet de beste worp. Daarmee is één sterke werper niet genoeg en wordt de rest van het team belangrijk. Leg twee gewichten neer en reken de afstand met het lichte gewicht met een factor om, dan kiest iedereen wat hij aandurft.
Zet dit onderdeel altijd aan de rand van het terrein met de worprichting weg van de rest, en laat de begeleider de enige zijn die mag aangeven wanneer er geworpen wordt. Meer in deze stijl staat bij highland games.
3. Stormbaan estafette
De opblaasbare baan doet in elke groep hetzelfde: zodra de eerste eroverheen is, wil iedereen. Als estafette werkt het beter dan als vrij spel, omdat er dan een tijd aan hangt.
- Nodig: een stormbaan met blower, een stroompunt van 230 volt met een eigen groep, een vlak stuk terrein van ongeveer vijftien bij vijf meter, grondzeil en een stopwatch. Schoenen uit, dus een plek waar die droog blijven staan.
- Duur: twintig minuten per team, waarbij iedereen één ronde doet.
- Groepsgrootte: acht tot twaalf per team.
- Eerlijk houden: deel de totaaltijd door het aantal deelnemers, dan heeft een groot team geen nadeel. Wie de baan niet in wil of kan, loopt eromheen en krijgt een vaste tijd die net iets boven het gemiddelde ligt. Zo blijft meedoen de aantrekkelijkste keuze zonder dat iemand moet.
Een baan vraagt een uur opbouw, inclusief opblazen en vastzetten. Reken die tijd buiten het programma, want een halfvolle baan is niet veilig. Wat wij in huis hebben staat op de pagina over de stormbaan.
Onderdelen die om behendigheid vragen
4. Reuzenski
Vier mensen op twee lange planken die alleen vooruitkomen als ze tegelijk stappen. Het onderdeel waar het meest om gelachen wordt, omdat het er simpel uitziet en het de eerste twintig meter niet lukt.
- Nodig: twee planken van ongeveer tweeënhalve meter met vier paar banden of lussen, een vlak stuk gras of asfalt, een parcours van twintig meter met een keerpunt, pylonen.
- Duur: vijftien minuten, twee pogingen per team.
- Groepsgrootte: vier lopers tegelijk, een team van acht tot twaalf wisselt dus halverwege.
- Eerlijk houden: eis twee verschillende viertallen per team en laat de tweede poging tellen. Iedereen zakt de eerste poging door de ondergrens, en het team dat het snelst leert overleggen wint. Lengteverschil werkt hier eerder in je nadeel dan in je voordeel, dus de sportieve kern van het team heeft geen voorsprong.
5. Ladderdragen
Twee of vier mensen dragen een teamlid op een ladder of brancard door een parcours. Simpel, fysiek maar niet zwaar, en het dwingt mensen om op elkaar te letten.
- Nodig: een stevige houten ladder of een brancard, een deken erop, pylonen voor een parcours van ongeveer dertig meter met twee bochten, een stopwatch.
- Duur: vijftien minuten.
- Groepsgrootte: zes tot tien per team.
- Eerlijk houden: verplichte wissel van dragers halverwege het parcours, en de persoon die gedragen wordt mag niet twee keer dezelfde zijn. Scoor op tijd plus strafseconden voor een pylon of een voet op de grond, niet op diskwalificatie. Omdat het gewicht van de gedragene meeweegt, loont het om te wisselen in plaats van om de lichtste persoon te kiezen.
6. Water overbrengen met een lekkende beker
Een klassieker die bij elke leeftijd werkt, omdat tempo veel minder uitmaakt dan het dichthouden van de gaatjes. In vijf minuten ziet iedereen wie het heeft begrepen.
- Nodig: twee emmers per team, bekers met drie geprikte gaatjes, vijftien meter afstand, een maatbeker om te meten, een plek waar water weg mag lopen en een waterpunt in de buurt.
- Duur: tien tot vijftien minuten per team.
- Groepsgrootte: zes tot veertien, allemaal tegelijk in de rij.
- Eerlijk houden: maak het een lopende band in plaats van een estafette. Iedereen staat op een vaste plek en geeft de beker door, dus niemand rent meer dan drie meter. De score is wat er na vijf minuten in de emmer zit. Dit is het onderdeel waar een groep met kinderen of met oudere deelnemers een sportieve groep kan verslaan.
Plan natte onderdelen nooit als eerste blok. Mensen die om tien uur nat worden, hebben om twee uur geen zin meer. Achteraan in de rotatie, met droge kleding in de auto.
Onderdelen die om precisie vragen
7. Boogschieten op doel
Het rustigste onderdeel van de dag en vaak het populairste. Niemand heeft ervaring, dus de verschillen zijn klein en de uitslag voelt eerlijk.
- Nodig: twee bogen met lichte trekkracht, zes pijlen, een doel met vangnet of strobaal, minstens tien meter vrije ruimte achter het doel en afzetting aan de zijkanten. Eén begeleider die niets anders doet dan dit onderdeel.
- Duur: twintig minuten, drie pijlen per deelnemer.
- Groepsgrootte: zes tot twaalf per team.
- Eerlijk houden: iedereen schiet hetzelfde aantal pijlen en de teamscore is de som van alle ringen. Eén afstand voor de hele groep, meestal acht meter, en geen aparte categorieën. Kracht speelt bij een lichte boog nauwelijks mee, dus hier hoef je niets te corrigeren.
Dit is het enige onderdeel waarbij je de begeleider niet kunt laten dubbelen met iets anders. Ook een boog met lichte trekkracht is geen speelgoed.
8. Klootschieten
Een spel uit deze regio dat in een zeskamp goed valt omdat het buiten de gebaande paden gaat en omdat tactiek net zo zwaar weegt als een harde worp. Bij groepen die in Twente op bezoek zijn, is het meestal het onderdeel waar achteraf over gepraat wordt.
- Nodig: vier kloten of zachte ballen, een uitgezet traject van drie- tot vierhonderd meter over een pad en een stuk veld, een telbriefje, en toestemming van de eigenaar van het terrein.
- Duur: twintig tot vijfentwintig minuten, dus dit is het langste onderdeel van de twaalf.
- Groepsgrootte: zes tot twaalf per team.
- Eerlijk houden: vaste wisselvolgorde, iedereen gooit om beurten. De score is het aantal worpen tot het einde van het traject, dus één lange worp verandert weinig als de rest de bal in de sloot gooit. Het team dat overlegt over de richting wint van het team dat alleen hard gooit.
9. Precisiewerpen op puntenvakken
Het onderdeel dat je neerzet als je weinig ruimte hebt en toch iets wilt waar getalenteerd gokken niet helpt. Zandzakjes naar vakken met verschillende waardes, waarbij het verste vak de meeste punten geeft.
- Nodig: acht tot twaalf zandzakjes of ringen, drie doelen of vakken met de waardes één, drie en vijf, lint of krijt voor de werplijn, een scorebriefje.
- Duur: tien tot vijftien minuten.
- Groepsgrootte: werkt van zes tot zestien zonder aanpassing.
- Eerlijk houden: het team kiest zelf wie op welke afstand gooit, en zittend mag ook. Daarmee wordt het een verdelingsvraag in plaats van een krachtmeting: zet je je twee beste werpers op het verste vak of speel je op zekerheid. Dat gesprek is het halve onderdeel.
Onderdelen die om samenwerken vragen
10. Blind parcours
Eén teamlid geblinddoekt door een parcours, de rest mag alleen praten en niet aanraken. Het onderdeel waar het hardst door elkaar heen wordt geroepen, en waar een team dat één woordvoerder kiest zichtbaar beter presteert.
- Nodig: twee blinddoeken, pylonen en zachte obstakels, lint om het vak af te zetten, een stuk van vijftien bij vijftien meter, een stopwatch.
- Duur: vijftien minuten voor twee rondes.
- Groepsgrootte: zes tot twaalf, één loper en de rest instructeur.
- Eerlijk houden: twee verschillende lopers verplicht en de tijden worden opgeteld. Conditie doet hier niets, want niemand rent geblinddoekt. Wat wel helpt is rust houden, en dat is bij elke leeftijd anders verdeeld.
11. Toren bouwen tegen de klok
De hoogste vrijstaande toren van kratten of blokken binnen een vaste tijd. Ziet er rustig uit en loopt altijd uit de hand in de laatste dertig seconden.
- Nodig: dertig kratten of stevige blokken, een vlakke ondergrond, een meetlat, een timer, en een maximumhoogte die je vooraf afspreekt.
- Duur: tien tot twaalf minuten, twee rondes van vier minuten.
- Groepsgrootte: zes tot twaalf, meer dan zes handen aan dezelfde toren werkt tegen.
- Eerlijk houden: spreek een maximumhoogte af die iedereen staand kan bereiken, meestal twee meter, en scoor daarna op tijd plus de eis dat de toren tien seconden blijft staan zonder dat iemand hem vasthoudt. Zonder die hoogtegrens wordt het een onderdeel voor lange mensen met een krat als opstapje, en dat is precies wat je niet wilt.
12. Puzzelestafette met eindopdracht
Elk teamlid haalt een deel van de informatie op, en pas met alle delen is de eindopdracht oplosbaar. Het onderdeel dat je gebruikt om de middag af te sluiten, omdat het team hier nog één keer alles bij elkaar moet brengen.
- Nodig: vijf of zes enveloppen met opdrachten, een kistje met cijferslot of een kaart met een codewoord, pennen en papier, een tafel of kleed om op te werken.
- Duur: twintig minuten.
- Groepsgrootte: zes tot zestien, en bij meer dan twaalf splits je het team in twee halve ploegen die dezelfde puzzel krijgen.
- Eerlijk houden: houd het loopstuk kort, maximaal twintig meter per envelop, zodat snelheid weinig oplevert. De punten zitten in het oplossen. Dit is het onderdeel waarmee een team dat fysiek niets heeft gewonnen alsnog bij de eerste drie kan eindigen.
Hoe je de onderdelen onderling eerlijk houdt
Per onderdeel staat hierboven al een regel. Daarnaast zijn er vier maatregelen over de hele zeskamp heen die in de praktijk het meeste verschil maken, en die niets kosten.
- Som in plaats van beste prestatie: reken bij elk onderdeel met de optelsom of het gemiddelde van alle deelnemers. Zodra je de beste poging laat tellen, wordt de rest van het team publiek.
- Verplichte wisselbeurten: leg per onderdeel vast dat niet dezelfde mensen mogen opdraven. Bij vier van de twaalf onderdelen hierboven staat dat al ingebakken, en dat is geen toeval.
- Maximaal twee krachtonderdelen: van de zes die je kiest mogen er twee om kracht of conditie draaien. De andere vier gaan over techniek, precisie of overleg.
- Rollen voor wie niet meedoet: geef iedereen die een onderdeel overslaat een rol die punten beïnvloedt, zoals tellen, de tijd aangeven of coachen. Een rol werkt beter dan overhalen, en vaak stapt iemand bij het volgende onderdeel alsnog in.
Wat niet werkt zijn handicaps per persoon. Een extra seconde voor wie ouder is of een kortere afstand voor wie minder sportief is, voelt voor diegene vervelender dan verliezen. Pas de spelregel aan, niet de deelnemer.
Drie sets van zes die in de praktijk goed uitpakken
Uit de twaalf hierboven kun je honderden combinaties maken. Deze drie draaien wij het vaakst, omdat ze voor een bepaald type groep al in balans zijn.
- Gemengde personeelsgroep, veel leeftijdsverschil: water overbrengen, precisiewerpen, blind parcours, toren bouwen, reuzenski en touwtrekken. Eén krachtonderdeel, en dat zit achteraan. Dit is de set die wij bij een bedrijfsuitje in Twente het vaakst inzetten.
- Sportieve groep die iets wil voelen: stormbaan estafette, boomstam werpen, touwtrekken, ladderdragen, reuzenski en boogschieten. Vier fysieke onderdelen, met boogschieten als rustpunt in het midden van de rotatie.
- Familiedag met kinderen en grootouders: water overbrengen, precisiewerpen, boogschieten, blind parcours, puzzelestafette en toren bouwen. Geen kracht, en elk onderdeel kan door een kind van acht en een opa van zeventig naast elkaar gedaan worden. Zo pakken wij familiedagen aan.
Zet in alle drie de sets het onderdeel met de langste duur, meestal klootschieten of de puzzelestafette, niet in de rotatie maar als los blok voor of na de pauze. Een onderdeel dat vijfentwintig minuten duurt tussen onderdelen van vijftien minuten laat het hele schema scheeflopen.
Onderdelen die vaker tegenvallen dan je denkt
Niet elk onderdeel dat er op papier leuk uitziet, houdt een groep bezig. Vier patronen die we steeds terugzien.
Onderdelen waarbij één persoon aan zet is terwijl elf anderen kijken. Op papier is dat spannend, in de praktijk pakt de helft na twee minuten de telefoon. Als je zo'n onderdeel toch wilt, geef de wachtende ploeg dan een taak die meetelt voor de score.
Onderdelen met een lange uitleg. Alles wat meer dan vier regels nodig heeft, moet je op een A4 bij het onderdeel hangen en alsnog laten voordoen. Anders hoort de ene helft iets anders dan de andere en krijg je aan het eind discussie.
Onderdelen die alleen op kracht draaien, vlak achter elkaar. Twee zware onderdelen op rij halen de energie uit de groep, ook bij fitte mensen. Zet er altijd iets rustigs tussen.
Onderdelen die om een vaardigheid vragen die een deel van de groep al heeft. Een onderdeel waarin de voetballers van de vereniging per definitie winnen, is geen onderdeel maar een vooraf bekende uitslag.
Wat wij zelf bouwen en wat het kost
Wij zitten in Enschede aan de Piet Heinstraat 12 en komen met het materiaal naar de locatie van de klant, door heel Nederland. De onderdelen bedenken en bouwen we zelf, dus een onderdeel kan ook op jullie bedrijf of merk worden toegespitst. Groepen van ongeveer zes tot zestig personen passen in de standaardopzet, daarboven overleggen we over het aantal begeleiders.
Een compact concept begint bij 195 euro. Een uitgebreidere zeskamp op maat, met zes tot acht onderdelen, materiaal, puntentelling en begeleiding, begint bij 550 euro. Grote projecten rekenen we op aanvraag door. De opbouw kost ongeveer een uur en valt buiten de programmaduur, dus de tijd die jullie afspreken is ook de tijd die jullie spelen.
Wat de prijs vooral bepaalt is het aantal onderdelen dat tegelijk moet draaien, niet het aantal deelnemers. Elk extra onderdeel vraagt materiaal en iemand die erbij staat. Wil je weten wat jullie set van zes kost, vraag dan een voorstel aan of stel je vraag via contact. We reageren binnen één werkdag.
Wat je hieraan hebt
Kies zes onderdelen uit de twaalf hierboven, pak uit elke categorie minstens één, en houd kracht bij maximaal twee. Schrijf per onderdeel op wat je nodig hebt en wie erbij staat, en zet de natte onderdelen achteraan. Reken vijftien tot twintig minuten per onderdeel en leg per onderdeel één regel vast die voorkomt dat dezelfde drie mensen alles doen.
Verder lezen: de opzet, teams en puntentelling staan in een zeskamp organiseren. Zoek je vormen die minder ruimte vragen, kijk dan bij groepsspellen voor een grote groep. Wat wij als vaste programma's aanbieden staat op de zeskamp-pagina, bij teamuitjes in Twente en in het overzicht van alle activiteiten.
Veelgestelde vragen
Welke zeskamp onderdelen werken bij een gemengde groep?
De onderdelen waarbij het hele team tegelijk bezig is en waarbij techniek of tactiek zwaarder weegt dan kracht. Water overbrengen met een lekkende beker, precisiewerpen, blind parcours, toren bouwen en boogschieten kun je met een groep van acht tot zestig jaar naast elkaar doen zonder dat het scheef gaat. Reuzenski en ladderdragen werken ook, mits je de dragers halverwege laat wisselen. Houd kracht beperkt tot maximaal twee van de zes onderdelen.
Hoe lang duurt een zeskamp onderdeel?
Reken vijftien tot twintig minuten per onderdeel inclusief uitleg en score noteren. Het spel zelf duurt vaak maar acht tot tien minuten, de rest gaat op aan aankomen, de regels horen en de uitslag opschrijven. Onderdelen die korter duren dan tien minuten voelen afgeraffeld, onderdelen die langer duren dan twintig minuten zorgen ervoor dat het team dat al klaar is gaat staan wachten.
Hoeveel materiaal heb je nodig voor zes onderdelen?
Per onderdeel heb je het spelmateriaal zelf nodig, afzetting met lint of pylonen, een stopwatch en een scorebriefje. Vier van de twaalf onderdelen in dit artikel kun je met geleend of zelfgemaakt materiaal draaien. De drie die echt om spullen vragen zijn de stormbaan, boogschieten en de reuzenski. Voor water en stroom moet je vooraf weten waar de kraan en het stopcontact zitten.
Welke zeskamp onderdelen kunnen binnen?
Precisiewerpen, toren bouwen, blind parcours, puzzelestafette, sjoelen op formaat en boogschieten met zuignappijlen werken binnen prima, mits de zaal hoog genoeg is en de vloer tegen een stootje kan. Water, stormbaan en boomstam werpen vallen binnen af. Een binnenprogramma met zes onderdelen vraagt ongeveer drie vierkante meter per deelnemer, dus een zaal die op papier zestig man aankan is daarvoor meestal te klein.
Wat is het verschil tussen een zeskamp en een 6 kamp?
Niets, het is dezelfde activiteit met twee spellingen. Mensen zoeken op beide, en ook op zeskamp spellen en zeskamp spelletjes. Het idee is altijd hetzelfde: vaste teams die langs een aantal onderdelen roteren en per onderdeel punten verdienen voor één eindstand. Of je zes, acht of tien onderdelen draait hangt af van hoeveel teams er zijn en hoeveel tijd je hebt.
Zelf de onderdelen bouwen of laten draaien?
Wij komen met materiaal en begeleiding naar jullie locatie en zetten de onderdelen neer die bij de groep passen. Vertel hoeveel mensen er zijn en hoeveel tijd je hebt, dan rekenen we het door.
Vraag een voorstel
